De rauwe hemel – Emiliano Monge

Wereldbibliotheek 2016. Oorspronkelijke titel: El cielo árido (2012)

Duovertaling met Brigitte Coopmans

Fragment

Dit is het verhaal van een man die zonder het te weten zijn eigen tijdperk was en van een plek die zich hier verdicht tot de naam van een persoon: Germán Alcántara Carnero. Een verhaal van onbeteugelbaar en vanzelfsprekend geweld dat eist te worden verteld als een biografie in brokstukken en dat niet zou moeten beginnen op dit punt: op 13 mei 1956, enkele minuten voordat de zon zijn zenit inneemt en de vrouwen thuis de gordijnen sluiten, het uur waarop de uitgeteerde vijgcactussen de schaduwen die ze als mantels achter zich aan hebben gesleept optrekken en de vogels koelte zoeken in de scheuren in witgekalkte muren of op boomtakken onder het pasvernieuwde groen, beziet Germán Alcántara Carnero, de eerste en enige zoon van Félix Salvador Alcántara Arreola en María del Pilar y del Consuelo Carnero Villalobos, gezeten in zijn werkkamer, een kamer zonder enige aankleding of opsmuk of luxe, het moment waarin hij zich bevindt alsof dit de atlas van zijn leven is: hij heeft het zich zo vaak al voorgesteld dat hij niet gelooft dat het is aangebroken, dat hij niet gelooft dat het ten slotte zover is.

Een langer fragment is te vinden op Google Books

Context
Nadat Mexico zich in 1821 had afgescheiden van Spanje, wisselden potentaten van uiteenlopende signatuur, van antiklerikale liberalen tot reactionaire generaals met steun van de kerk, elkaar in een razend tempo en vooral met veel geweld af. De overwegend katholieke plattelandsbevolking leefde in schuldslavernij of horigheid in dienst van grote haciënda’s. De revolutie van 1910 bracht weinig verandering in deze feodale verhoudingen; ook daarna bleef het voor kleine boeren onmogelijk zelf grond te verwerven en hielden de grootgrondbezitters de touwtjes in handen, terwijl geen van de strijdende politieke groeperingen algemene legitimiteit wist te verkrijgen. De nieuwe liberaal-seculiere grondwet van 1917 verscherpte het al langer sluimerende conflict tussen kerk en staat en leidde er uiteindelijk toe dat politiek en religieus gemotiveerde rebellen (cristeros), met de stilzwijgende goedkeuring en zelfs steun van de kerk, de wapens opnamen tegen enerzijds de heersende klasse en anderzijds het regeringsleger en de knokploegen (rurales) die door het centrale gezag waren gevormd om in de provincie elk verzet tegen het regeringsbeleid de kop in te drukken. Zo mondde de toch al gewelddadige Mexicaanse revolutie uit in de cristero-oorlog, die van 1926 tot 1929 duurde maar nog decennialang dooretterde, getuige de honderden seculiere plattelandsleerkrachten die in de jaren ’30 en ’40 door reactionaire milities werden ontoord en vermoord omdat ze in opstand kwamen tegen de gevestigde orde. Dat is ruw geschetst het slachthuis van wetteloosheid en willekeur waarin dit verhaal zich afspeelt.

Geweld
Emiliano Monge ziet dit alomtegenwoordige geweld als inherent aan het achtergebleven Mexicaanse platteland en brengt het in De rauwe hemel op alle denkbare manieren tot uiting. De taal is doordrenkt van geweld: deuren ‘braken’ geluid uit, personages ‘slingeren’ hun woorden de ruimte in en ‘scheuren’ hun blik los van een voorwerp, de hoofdpersoon Germán ‘eist’, ‘verkondigt’ en ‘bijt toe’ op luide toon, en de in Mexico veelgebezigde verkleinwoorden, vaak tekenen van intimiteit of vertedering, zijn in deze roman opvallend afwezig. Zelfs de structuur van het verhaal is gewelddadig of op zijn minst dwingend. We zien het leven van Germán alsof we telkens door een gat in een doek naar een panorama kijken waarvan het grootste deel verborgen blijft. Binnen elk van de fragmenten uit deze ‘biografie in brokstukken’ is het alsof de tijd vertraagt. Monge bereikt dit met een verpletterend aantal onbepaalde werkwoordstijden (gerundia en infinitieven), die de lezer geen houvast bieden aan een punt van vertrek of aankomst. De bezwerende toon die aldus ontstaat, onttrekt het verhaal aan het chronologische tijdsverloop van een doorsnee vertelling. Andere talige obstakels, zoals de overweldigende hoeveelheid dubbele punten, de bijna storende herhalingen en ellenlange zinnen met tangconstructies en bijstellingen, laten de lezer ondervinden hoe moeizaam het vooruitkomen is in het onherbergzame woestijnland van De rauwe hemel, dat het karakter van de personages op naturalistische wijze bepaalt. De onontkoombare structuur beneemt de lezer ruimte voor een moreel oordeel en dwingt hem de logica te aanvaarden van een man die door een gewelddoortrokken omgeving is gevormd, waarin mens en landschap onherroepelijk met elkaar verbonden zijn.

Vertaling
Met deze beknopte beschrijving van de samenvallende vorm en inhoud in De rauwe hemel, van de literaire middelen waarmee Monge de lezer een genadeloos landschap laat ervaren waarin de belangrijke momenten uit een mensenleven oplichten, worden ook de contouren van onze werkwijze langzaamaan duidelijk. Onder de vele keuzes die we hebben gemaakt zijn het overvloedige gebruik van onbepaalde tijden met de bijbehorende dubbele punten, het literaire imperfectum, de soms wat ongebruikelijke woordvolgorde, het schokkerige ritme. We hopen hiermee de Nederlandse lezer een leeservaring te hebben bezorgd die zich laat vergelijken met die van de Spaanstalige lezer.

Recensies
Maarten Steenmeijer in de Volkskrant-bijlage Sir Edmund
Geurt Franzen in Literair Nederland
Daan Pieters in literair weblog Tzum