De rauwe hemel – Emiliano Monge

Wereldbibliotheek 2016. Oorspronkelijke titel: El cielo árido (2012)

Duovertaling met Brigitte Coopmans

Fragment

Dit is het verhaal van een man die zonder het te weten zijn eigen tijdperk was en van een plek die zich hier verdicht tot de naam van een persoon: Germán Alcántara Carnero. Een verhaal van onbeteugelbaar en vanzelfsprekend geweld dat eist te worden verteld als een biografie in brokstukken en dat niet zou moeten beginnen op dit punt: op 13 mei 1956, enkele minuten voordat de zon zijn zenit inneemt en de vrouwen thuis de gordijnen sluiten, het uur waarop de uitgeteerde vijgcactussen de schaduwen die ze als mantels achter zich aan hebben gesleept optrekken en de vogels koelte zoeken in de scheuren in witgekalkte muren of op boomtakken onder het pasvernieuwde groen, beziet Germán Alcántara Carnero, de eerste en enige zoon van Félix Salvador Alcántara Arreola en María del Pilar y del Consuelo Carnero Villalobos, gezeten in zijn werkkamer, een kamer zonder enige aankleding of opsmuk of luxe, het moment waarin hij zich bevindt alsof dit de atlas van zijn leven is: hij heeft het zich zo vaak al voorgesteld dat hij niet gelooft dat het is aangebroken, dat hij niet gelooft dat het ten slotte zover is.

Een langer fragment is te vinden op Google Books

Context
Nadat Mexico zich in 1821 had afgescheiden van Spanje, wisselden potentaten van uiteenlopende signatuur, van antiklerikale liberalen tot reactionaire generaals met steun van de kerk, elkaar in een razend tempo en vooral met veel geweld af. De overwegend katholieke plattelandsbevolking leefde in schuldslavernij of horigheid in dienst van grote haciënda’s. De revolutie van 1910 bracht weinig verandering in deze feodale verhoudingen; ook daarna bleef het voor kleine boeren onmogelijk zelf grond te verwerven en hielden de grootgrondbezitters de touwtjes in handen, terwijl geen van de strijdende politieke groeperingen algemene legitimiteit wist te verkrijgen. De nieuwe liberaal-seculiere grondwet van 1917 verscherpte het al langer sluimerende conflict tussen kerk en staat en leidde er uiteindelijk toe dat politiek en religieus gemotiveerde rebellen (cristeros), met de stilzwijgende goedkeuring en zelfs steun van de kerk, de wapens opnamen tegen enerzijds de heersende klasse en anderzijds het regeringsleger en de knokploegen (rurales) die door het centrale gezag waren gevormd om in de provincie elk verzet tegen het regeringsbeleid de kop in te drukken. Zo mondde de toch al gewelddadige Mexicaanse revolutie uit in de cristero-oorlog, die van 1926 tot 1929 duurde maar nog decennialang dooretterde, getuige de honderden seculiere plattelandsleerkrachten die in de jaren ’30 en ’40 door reactionaire milities werden ontoord en vermoord omdat ze in opstand kwamen tegen de gevestigde orde. Dat is ruw geschetst het slachthuis van wetteloosheid en willekeur waarin dit verhaal zich afspeelt.

Geweld
Emiliano Monge ziet dit alomtegenwoordige geweld als inherent aan het achtergebleven Mexicaanse platteland en brengt het in De rauwe hemel op alle denkbare manieren tot uiting. De taal is doordrenkt van geweld: deuren ‘braken’ geluid uit, personages ‘slingeren’ hun woorden de ruimte in en ‘scheuren’ hun blik los van een voorwerp, de hoofdpersoon Germán ‘eist’, ‘verkondigt’ en ‘bijt toe’ op luide toon, en de in Mexico veelgebezigde verkleinwoorden, vaak tekenen van intimiteit of vertedering, zijn in deze roman opvallend afwezig. Zelfs de structuur van het verhaal is gewelddadig of op zijn minst dwingend. We zien het leven van Germán alsof we telkens door een gat in een doek naar een panorama kijken waarvan het grootste deel verborgen blijft. Binnen elk van de fragmenten uit deze ‘biografie in brokstukken’ is het alsof de tijd vertraagt. Monge bereikt dit met een verpletterend aantal onbepaalde werkwoordstijden (gerundia en infinitieven), die de lezer geen houvast bieden aan een punt van vertrek of aankomst. De bezwerende toon die aldus ontstaat, onttrekt het verhaal aan het chronologische tijdsverloop van een doorsnee vertelling. Andere talige obstakels, zoals de overweldigende hoeveelheid dubbele punten, de bijna storende herhalingen en ellenlange zinnen met tangconstructies en bijstellingen, laten de lezer ondervinden hoe moeizaam het vooruitkomen is in het onherbergzame woestijnland van De rauwe hemel, dat het karakter van de personages op naturalistische wijze bepaalt. De onontkoombare structuur beneemt de lezer ruimte voor een moreel oordeel en dwingt hem de logica te aanvaarden van een man die door een gewelddoortrokken omgeving is gevormd, waarin mens en landschap onherroepelijk met elkaar verbonden zijn.

Vertaling
Met deze beknopte beschrijving van de samenvallende vorm en inhoud in De rauwe hemel, van de literaire middelen waarmee Monge de lezer een genadeloos landschap laat ervaren waarin de belangrijke momenten uit een mensenleven oplichten, worden ook de contouren van onze werkwijze langzaamaan duidelijk. Onder de vele keuzes die we hebben gemaakt zijn het overvloedige gebruik van onbepaalde tijden met de bijbehorende dubbele punten, het literaire imperfectum, de soms wat ongebruikelijke woordvolgorde, het schokkerige ritme. We hopen hiermee de Nederlandse lezer een leeservaring te hebben bezorgd die zich laat vergelijken met die van de Spaanstalige lezer.

Recensies
Maarten Steenmeijer in de Volkskrant-bijlage Sir Edmund
Geurt Franzen in Literair Nederland
Daan Pieters in literair weblog Tzum

De transmigratie der lichamen – Yuri Herrera

Wereldbibliotheek 2017. Oorspronkelijke titel: La transmigración de los cuerpos (2013). Deze roman wordt samen met Kroniek van een hofzanger en Voortekenen van het einde van de wereld uitgegeven als laatste werk in de trilogie De koning, de zon, de dood.

Terwijl een epidemie van apocalyptische dimensies de angst en het wantrouwen van de burgers naar ongekende hoogten jaagt, waagt de Mediateur zich na een dwingend telefoontje in de krochten van zijn stad om te bemiddelen bij de uitwisseling van twee lichamen die postuum in gijzeling worden gehouden door rivaliserende families van besproken gedrag. De macabere tragikomedie die volgt, verwijst met haar stereotiepe verplaatsingen, snedige dialogen en onderkoelde humor naar de hard-boiled detectives van Hammett en Chandler, met wellicht een knipoog naar Romeo en Julia, en is tegelijk een eerbetoon aan de doden, geliefd en begeerd voordat hun lichaam door ziekte of geweld werd ontheiligd. Net als in de eerste twee novellen van Herrera slaat de hoofdpersoon zich in De transmigratie der lichamen door het leven dankzij de gave des woords.

Fragment

Een vileine dorst rukte hem uit zijn slaap, hij stond op om water in te schenken, maar de fles stond droog en uit de kraan sijpelde alleen wat vochtige lucht. Wrokkig keek hij naar het staartje mescal op tafel en dacht Dit wordt vast een verschrikkelijke dag. Wat hij niet weten kon was dat de dag inderdaad, meerdere uren al, verschrikkelijk was, veel erger dan de onbeduidende privéhel die hij zichzelf had ingezopen. Hij besloot naar buiten te gaan. In het deurgat van zijn kamer stelde hij verwonderd vast dat Ñora, de señora die er al woonde sinds het Grote Huis het Grote Huis was in plaats van twee etages voor min of meer beklagenswaardige figuren, niet op de gang liep te sloven. Hij maakte de voordeur open en had amper een voet over de drempel gezet, of een scheut door zijn rug waarschuwde hem dat er iets mis was.

Hij begreep dat hij niet droomde, want zijn dromen waren altijd erg alledaags. Als het hem lukte meerdere uren achtereen te slapen, droomde hij, maar wel zo levensecht dat hij er niet van uitrustte: kleine variaties op zijn dagelijkse gangen en zijn dagelijkse gesprekken en zijn eeuwige angsten. Soms vielen zijn tanden uit, maar de rest was alledaags. Heel anders dan dit.
Gezoem, dan het massieve blok muggen, die met hun poten zowat ín een waterplas hingen alsof ze ermee wilden opstijgen. Verder was er niets, niemand, zelfs geen stemmen of andere geluiden in deze brede straat die rond deze tijd allang overspoeld had moeten zijn door auto’s. En toen hij beter keek: de plas begon bij een boom, alsof iemand ertegenaan had geleund om over te geven, en wat de muggen opzogen bleek geen water maar bloed.

Recensies
‘La precisión de la palabra’ in Revista de Letras
‘La transmigración de los cuerpos’ in El Mundo
Interview met Yuri Herrera in El País
Finsteren in een Mexicaanse trilogie, Theo Hakkert op VERSTWEE (literaire blog)
Bloed vloeit als tequila door Angèle van Baalen (op hebban.nl)

Voortekenen van het einde van de wereld – Yuri Herrera

Wereldbibliotheek 2014. Oorspronkelijke titel: Señales que precederán al fin del mundo (2011)

Voortekenen van het einde van de wereld - Yuri Herrera

Voortekenen…

Met een brief van haar moeder en een pakje waarvan ze de inhoud niet kent, steekt Makina clandestien de grens naar het land van de gringo’s over om haar broer, die daar zijn geluk heeft willen beproeven, terug te halen naar hun dorp in Mexico. Of beter gezegd in een land dat alleen maar Mexico kan zijn, maar opvallend genoeg niet één keer zo genoemd wordt, net zomin als andere herkenbare plaatsen worden genoemd bij de naam die ze doorgaans dragen. Deze opdracht had het begin van een maatschappelijk geëngageerd verhaal over illegale immigratie kunnen zijn, maar is dat niet. Herrera’s subjectieve, bondige, spreektalig-poëtische stijl zet de lezer meteen op het spoor van een moderne mythe over een Grens die verandering op gang brengt in degenen die hem oversteken, zowel in hun denken en doen als in hun taal. Makina’s verwondering hierover groeit tijdens haar omzwervingen door het land van de gringo’s uit tot een besef dat met de taal ook de wereld verandert, dat haar oude ik uitdooft en er een nieuw wezen geboren wordt. Voortekenen is daarom misschien nog wel het meest een roman over de metamorfose die immigranten (zoals Yuri Herrera er zelf ook een is) doormaken. In die interpretatie passen ook het gebruik van een paar opvallende neologismen, zoals het werkwoord ‘finsteren’, dat vroeg in het verhaal al opduikt als een voorbode van Makina’s ‘dood’ en nieuwe leven, en de talloze verwijzingen naar een Azteekse mythe over dood en wedergeboorte.

Een Azteekse Hades
Makina’s reis verloopt namelijk in grote lijnen volgens de tocht die de doden (althans bepaalde categorieën van doden) volgens de Azteekse mythologie moesten volbrengen om af te dalen naar Mictlán, de negende en diepste laag van het dodenrijk. De roman begint met ‘Ik ben er geweest, zei Makina in zichzelf…’ en beschrijft vervolgens de lange weg naar de verblijfplaats van haar broer, een zware tocht die net als de afdaling naar Mictlán langs negen beproevingen voert. Bij de Azteken waren dat een rivier, botsende bergen waartussen passanten geplet konden worden, een ring van obsidiaan, acht heuvels, een oord waar lichamen wapperen als vlaggen, een strijdperk, groene hagedissen die zich voeden met mensenharten, een weg door de mist en uiteindelijk een kamer zonder openingen waar de eeuwige rust wordt gevonden. Al deze stadia op weg naar de Azteekse Hades zijn in de hoofdstukken van dit boek te herkennen als je over de juiste achtegrondkennis beschikt of in het Spaans kunt googlen. Vandaar dat ik er, wellicht ten overvloede, in het Nederlands naar verwijs op deze plaats.

Meer achtergrondinformatie in het Spaans:
Camellos en el Mictlán
El Universal
Revista de Letras, Señales que precederán al fin del mundo
Jarcharse al inframundo, interview met Yuri Herrera
Ivan Thays’ blog

Recensies
Annick Vandorpe in De Morgen (9 april 2014)
Alle Lansu in Trouw (19 april 2014): Ratten moet je uitroeien, toch?
Mathilde van Ommen in TZUM, literair weblog (24 april 2014)
Merel van Beeren op Cutting Edge (10 juni 2014)

Kroniek van een hofzanger – Yuri Herrera

Oorspronkelijke titel: Trabajos del reino (2004-2010)


Kroniek van een hofzanger - Yuri Herrera

Wereldbibliotheek 2013

Verblind door de majestueuze verschijning van een drugsbaron meldt de arme straatzanger Lobo zich bij diens protserige villa in de hoop een baantje te krijgen aan zijn ‘hof’. Hij wordt binnengelaten en kan meteen aan de slag als componist van lovende corrido’s op de ‘koning’ en zijn paladijnen, maar als zijn verblijf aan het hof langer duurt, slaat zijn bewondering om in ontluistering. Het decor van dit verhaal is een abstractie van het rauwe bestaan langs de Mexicaanse noordgrens (drugshandel, moordpartijen; zie bijvoorbeeld dit artikel op de site van de NOS), maar dat wil niet zeggen dat er sprake is van een journalistieke inslag, integendeel: er wordt niet verwezen naar reële plaatsen, personen of gebeurtenissen. Verder zijn de personages eerder archetypen dan echte mensen. Ze heten ‘de Koning’, ‘de Juwelier’ enzovoort, en zelfs Lobo wordt aan het hof ‘de Artiest’. De taal van de anonieme verteller is eenvoudig, opzettelijk vaag, bij vlagen poëtisch en duidelijk gekleurd door de hoofdpersoon Lobo. Een voorproefje hiervan is te vinden op de website van uitgeverij Wereldbibliotheek: de eerste bladzijden van deze vertaling (een pdf-bestand).

Iets wat lezers van de vertaling niet zullen opmerken, is dat het verhaal zich afspeelt in het noorden van Mexico. Dat blijkt onder meer uit regionale woorden zoals ‘plebe’ en ‘traslomita’, waarvan ik alleen het spreektalige krakter heb kunnen behouden. Om op dat vlak iets ‘terug te doen’ en tegelijk de associatie met Mexico te versterken, heb ik waar het kon ingeburgerde Mexicaans-Spaanse woorden gebruikt, zoals ‘gringo’, ‘chicano’ en het kakelverse leenwoord ‘corrido’. Corrido’s zijn traditionele Mexicaanse liedjes of ballades over alle denkbare onderwerpen volgens een vast stramien. De zangers worden meestal begeleid door een accordeon en een tuba. Een speciale categorie daarbinnen vormen de narcocorrido’s, waarvan vele voorbeelden te vinden zijn op YouTube. Ik heb er alvast een paar geselecteerd als startpunt voor verder zoeken:
Los Tigres Del Norte: Corridos Prohibidos
Chalino Sanchez: Corridos Con Tuba y Acordeon
Los abandonados: Corrido del Bin Laden (een onbehoorlijk lollige corrido over de aanslag op 9/11 en nogmaals deze corrido, nu met leuke plaatjes erbij.

Recensies
Tussen kunst en macht in La Chispa
Droom of nachtmerrie
Maarten Steenmeijers recensie in De Volkskrant

De boekhandelaar en de detective – Ramiro Pinilla

Cossee 2011. Oorspronkelijke titel: Sólo un muerto más (2009)

De boekhandelaar en de detectiveWanneer Sancho Bordaberri het manuscript van zijn zestiende afgewezen roman in de golven wil werpen, blijft zijn blik hangen aan de rots in zee waarbij tien jaar eerder een moord is gepleegd. In een flits dringt tot hem door dat hij het als schrijver over een andere boeg moet gooien: realisme. Hij werpt zich op als Samuel Esparta, privédetective, en probeert in die schijnbaar donquichotteske rol het tijdens de burgeroorlog gestrande onderzoek naar die oude moord weer vlot te trekken.

De roman speelt zich af in het Baskische kustplaatsje Getxo in de vroege jaren van de gewelddadige dictatuur die op de burgeroorlog (1936-1939) volgde. Met Sólo un muerto más keert Ramiro Pinilla terug naar een oude liefde, de harde misdaadromans van Hammett, Chandler en Cain die hij als beginnend schrijver heeft willen evenaren met het onder pseudoniem geschreven Misterio de la pensión Florrie (1944). Sancho gaat een stap verder dan de grote meesters van de roman noir: hij schrijft niet alleen naar het leven, maar leeft ook naar wat hij wil schrijven. En voor hij het weet, trekt zijn speurwerk de aandacht van de falangisten en zijn literaire tegenstrever Luciano…

Samenvatting van het artikel ‘Un Quijote en Getxo’ door Justo Barranco in La Vanguardia van 9 februari 2009
Zoals *Alonso Quijano door het lezen van ridderromans zijn verstand verloor en uiteindelijk tegen windmolens ten strijde trok, zo heeft de jonge Sancho Bordaberri zo veel misdaadromans gelezen dat hij schrijvers van het kaliber van Chandler en Hammett naar de kroon wil steken door zich, in de hoogtijdagen van de Spaanse militaire dictatuur, uit te roepen tot particulier detective onder het pseudoniem Samuel Esparta – een eerbetoon aan Sam Spade – en op zoek te gaan naar de dader van de enige moord die ooit, tenminste voor de oorlog, in Getxo is gepleegd. Een secretaresse heeft hij al: Koldobike, die zich op zijn verzoek laat blonderen en heimelijk op hem verliefd is.

Sólo un muerto más (Tusquets), de nieuwe roman van Ramiro Pinilla (Bilbao, 1923), is een ingenieuze misdaadkomedie tegen de achtergrond van de gewelddadige dictatuur. In deze roman keert een aantal personages terug die een rol speelden in zijn bekroonde trilogie Verdes valles, colinas rojas (Tusquets), waarin een eeuw Baskische geschiedenis de hoofdrol speelt.

Pinilla, net terug van de **BCNegra, verklaart: ‘Ik was als jongen al gek op misdaadromans en schreef na mijn twintigste tien belabberde romans, waarvan er één werd uitgegeven.’ Het is dus niet zo vreemd dat zijn personage Samuel de weg naar het schrijverschap pas vindt nadat hij zich op het strand, waar hij is om zijn zoveelste afgewezen roman in zee te gooien, herinnert dat iets verderop een van de tweelingbroers Altube om het leven is gebracht en dat de moord nog altijd niet is opgelost. ‘Ik heb mijn romans nooit weggesmeten, maar wist wel dat ze slecht waren,’ zegt hij met een glimlach.

In Sólo un muerto más is de literatuur een van de hoofdrolspelers. ‘Sancho wil de zaak niet oplossen omwille van de gerechtigheid, maar voor de literatuur; hij is een antiheld die bij gebrek aan fantasie zijn toevlucht tot de realiteit neemt om toch maar iets op papier te krijgen.’ Het geheim van literatuur is volgens hem ‘dat je via fictie tot realisme komt.’ Maar hij wordt tegengewerkt door een falangistische knokploeg onder aanvoering van een dichter-soldaat die proza wil schrijven en voortdurend hoogdravende frasen uitkraamt: ‘Onder ons falangisten wemelt het van de dichters… de leer van de Falange is pure poëzie… dat zie je niet in andere militaire organisaties. Wij zijn het zwaard én de pen!’

Pinilla’s jongste roman is een misdaadkomedie met een grimmige ondertoon: ‘de dreiging van de falangisten en de angst voor geweld. Het baart me wel eens zorgen dat jonge mensen niets over het franquisme weten. Kennelijk is met de democratisering de deur naar het verleden dichtgeslagen. Tijdens de dictatuur was er meedogenloze onderdrukking, die nu pas bij haar ware naam genoemd wordt: genocide.’ Om te voorkomen dat dat wordt vergeten, werkt hij al aan een tweede zaak voor Samuel Esparta: ‘Iemand van buiten, een niet-Bask, wordt ten onrechte van moord beschuldigd, waarna Samuel erbij wordt gehaald om hem te redden.’

* De vernuftige edelman die wij kennen als don Quijote.
** Week van de roman noir (Semana de la Novela Negra) in Barcelona.
Bron: http://hemeroteca.lavanguardia.es/preview/2009/02/09/pagina-36/76648718/pdf.html, door mij samengevat.

Zie ook de pagina over mijn werkreis naar Getxo en het interview met Ramiro Pinilla in El País en in mijn vertaling.

Recensies:
En altijd weer: ‘Weg met die vuige fascisten!’ – Ger groot in NRC Handelsblad
literairnederland.nl
Guido Huisintveld

Exclusief!!!Covercover (pdf-bestand) met de titel die zou zijn gebruikt als de vertaler zijn zin had gekregen, extra achterachterflapinformatie en een voorvoorplat met een foto uit het historisch archief van Getxo. Met deze coole omslagomslag biedt de nieuwe Pinilla nog meer leesplezier!

De verjaardagenkoper- Adolfo García Ortega

Mouria 2010. Oorspronkelijke titel: El comprador de aniversarios (2002)

De verjaardagenkoperDe verjaardagenkoper (2010, Mouria) van Adolfo García Ortega is geschreven naar aanleiding van een korte passage over een driejarig jongetje, door de andere gevangenen Hurbinek genoemd, dat in 1945 in concentratiekamp Auschwitz is gestorven (een passage uit La tregua van Primo Levi). De verteller van deze roman, een eerste persoon, krijgt op weg naar Auschwitz, dat hij met eigen ogen wil zien, een auto-ongeluk. Aan zijn Berlijnse ziekenhuisbed gekluisterd begint hij na te denken over de verschrikkingen die de mensen in de concentratiekampen hebben ondergaan. Hij stelt zich het dorp voor waar Hurbinek vandaan kwam, zijn familie, de geschiedenis van die familie, en ook een aantal nooit-geleefde latere levens van het jongetje. Dit doet hij met een indringende stijl en met een pathos dat vaak zo nadrukkelijk afwezig is in de verslagen van ooggetuigen (zoals Levi), dat we hier gerust kunnen spreken van een literair eerbetoon aan de slachtoffers van de Holocaust. Voor deze vertaling ontving ik een projectwerkbeurs van het Nederlands Letterenfonds.

De dame in blauw – Javier Sierra

Cargo (De Bezige Bij) 2008. Oorspronkelijke titel: La dama azul (1998-2007)

De dame in blauwDe dame in blauw (2009, Cargo) was mijn tweede vertaling van een werk van Javier Sierra. Wederom een thracul met veel geleerdheid, personages en suspense. Sierra’s eigen website geeft de sfeer van het boek uitstekend weer. De titel is overigens geen bedenksel van mij.

Patty Diphusa – Pedro Almodóvar

Wereldbibliotheek 2008. Oorspronkelijke titel: Patty Diphusa (1998)

Patty DiphusaPatty Diphusa en andere ontboezemingen (2008, Wereldbibliotheek) van Pedro Almodóvar bestaat uit drie nogal verschillende delen: eerst de schandalige memoires van zijn vrouwelijke alter ego, de pornoster Patty Diphusa, daarna enkele ontboezemingen van Almodóvars ego over zijn leven en werk en ten slotte een aantal nuttige TIPS OM EEN WERELDBEROEMDE CINEAST TE WORDEN (geschreven tussen 1984 en 1990). Een ideaal boek voor een duovertaling leek me, en dus vroeg ik Inge Geleyn of zij het samen met mij wilde vertalen: ik de memoires, zij de ontboezemingen en de tips. Dat wilde ze. Uiteindelijk hebben we elkaars portie helemaal becommentarieerd en bediscussieerd, zodat we achteraf wel kunnen stellen dat we allebei het hele boek hebben vertaald voor half geld. Gelukkig was het een dun boekje, want anders hadden we wel erg lang alleen macaroni en pannenkoeken moeten eten.

Recensie in de Volkskrant 27 juni 2008
Recensie op 8weekly.nl

Het geheim van Napoleon – Javier Sierra

Cargo (De Bezige Bij) 2007. Oorspronkelijke titel: El secreto egipcio de Napoleón (2002)

Het geheim van NapoleonHet geheim van Napoleon (2007, Cargo) van Javier Sierra is een zogeheten thracul: thriller-histórico-religioso-aventurero-cultural oftewel cultureel-historisch-religieuze avonturenthriller of bibliothriller over de Egyptische jaren van Napoleon Bonaparte. Van Sierra wordt wel gezegd dat hij de Spaanse Dan Brown is; anderen zeggen dat Brown juist de Amerikaanse Javier Sierra is. Hoe het ook zit, het blijft lichtvoetig proza met veel encyclopediekennis en synoniemen, bijvoorbeeld zes stuks voor een en dezelfde slang (cobra, serpent, dier, gifslang, reptiel, kronkelende beest), een aantal dat alleen wordt overtroffen door het aantal werkwoorden met de grondbetekenis ‘zeggen’ (brommen, grommen, sissen, lispelen, roepen, toeroepen, toebrullen enzovoort, zo nodig aangevuld met bijwoorden die aan de fantasie niets overlaten; zelden wordt er iets gewoon gezegd). Maar dat hoort bij het genre.

De waarheid volgens Virginia – María Fasce

Wereldbibliotheek 2007. Oorspronkelijke titel: La verdad según Virginia (2004)

De waarheid volgens VirginiaDe waarheid volgens Virginia is geschreven door María Fasce, een bekende Argentijnse schrijfster-journaliste. Het boek werd aangeprezen als een typisch vrouwenboek (chicklit), en dus diende zich de vraag aan of het wel kon worden vertaald door een man. Mijn antwoord was kort: yes, it can, vertalers zijn immers onzijdig. Toch viel het in het begin niet mee de goede, vlotte toon te pakken te krijgen waarin kinderen ‘kids’ zijn, vrijgezellen als ‘singles’ door het leven gaan en ‘wanneer’ vrijwel consequent wordt vervangen door ‘als’. Dan blijkt weer eens dat in de renstal des vertalers voor stokpaarden geen plaats is.