Athenaeum 2026. Oorspronkelijke titel: Delta (2023)
Met veel dank aan het Nederlands Letterenfonds voor de projectsubsidie die ik ontving voor de vertaling van dit boek.

In Delta schijft Gabi Martínez over zijn ervaringen in de Ebrodelta, waar hij een jaar lang in een klein huis achter de duinen verblijft. Hij verweeft zijn belevenissen aldaar met bespiegelingen over de natuur, het veranderende klimaat, de mensen die hij ontmoet en, zeker zo belangrijk, over zichzelf en zijn verhouding tot de dood, want ‘een delta is niets anders dan een plek waar iets eindigt en iets anders begint’. Ik vermeld hier een paar bijzonderheden met betrekking tot de vertaling.
Glijbaanzinnen
Delta wordt gekenmerkt door lang uitwaaierende zinnen met opvallend weinig interpunctie, zo weinig dat een logischerwijs uitbreidende bijzin soms ten onrechte een beperkende bijzin wordt door het ontbreken van een komma. Het Nederlands is daarin naar mijn idee iets strikter dan het Spaans, dus als dat dreigt te gebeuren, grijp ik in door toch een komma te plaatsen. Voor voegwoorden die uit zichzelf al aangeven dat er een tegenstellende bijzin volgt, laat ik ze meestal weg. Dus vooral voor ‘hoewel’ en soms ook voor ‘terwijl’ en ‘maar’. Ik zie dat dit ook in oorspronkelijk Nederlandse literatuur wel gebeurt, bijvoorbeeld in Ramkoers van Martin de Haan en in Zeeverhalen van Maarten Biesheuvel. Mijn strategie was dus: volg de brontekst zoveel mogelijk door net als in het Spaans leestekens weg te laten als je vindt dat het kan, maar streef niet naar consistentie, want Gabi Martínez is met elk stijlmiddel dat hij gebruikt consequent inconsistent.
Polderen
De meeste Spaanse boeken over Spanje en andere Spaanstalige landen spelen zich af op een droge, stoffige bodem van kalk en graniet. Delta vormt daarop een uitzondering. De natuur in dit boek, die volgens Martínez (en veel meer Spanjaarden) ‘exotisch als Vietnam’ is, lijkt eigenlijk wel een beetje op die van het westen van Nederland. Het is vochtig laagland met dijken, drassige akkertjes, sloten en kanalen, een land dat ‘afkalft’ met duinen die ‘wandelen’. Het grappige is dat de overeenkomst met Nederland ook de volksaard van de bewoners betreft. Die zijn daar in de Ebrodelta namelijk op het botte af direct en ‘dialogantes’ (openstaand voor dialoog). Ik zag daarin een mogelijkheid het als typisch Nederlands beschouwde ‘polderen’ te gebruiken.
Stieren en koeien
De Spanjaarden hebben een uitgebreid stieren(vechters)vocabulaire. Vooral het jargon uit de sportverslaggeving is lastig weer te geven in het Nederlands. Ik had het er in dit boek niet al te moeilijk mee, maar moest toch een mouw zien te passen aan ‘vacas bravas’, vechtkoeien dus, al worden er eigenlijk nooit koeien de arena in gejaagd om te vechten; dat lot treft alleen de stieren. Het bijvoeglijk naamwoord ‘bravo/-a’ is wel breder dan alleen ‘vechten’ en betekent ook meer in algemene zin ‘wild’. Het punt is alleen dat runderen die worden gefokt voor de arena geen wilde dieren zijn, maar gedomesticeerde. Hoe woest vechtstieren er ook uitzien, het zijn huisdieren die al eeuwenlang wordt geselecteerd op assertiviteit, zoals het bij mensen heet. Maar Martínez heeft het af en toe expliciet over ‘toros y vacas bravos’, dus moest ik iets bedenken voor die koeien. Het werden ‘vechtstieren en hun niet minder vechtlustig uitziende koeien’ (en vergelijkbare varianten), wat wel een beetje lang en omslachtig is, maar daar kun je niet altijd omheen en met woorden zoals ‘polderen’ houd je de tekst juist weer compact. Soms konden de koeien ook achterwege blijven omdat uit de context al duidelijk was dat ze inbegrepen waren en dat het om vechtrunderen (m/v/x) ging.
Recensies
links naar recensies van dit boek volgen na de publicatie (najaar 2026)